Home » info

info

Rating: 2.4475138121547 sterren
181 stemmen

Korte geschiedenis van het ras
Het grootste konijnenras na de Vlaamse reus is de Groot Loharinger. Dit ras is aan het eind van de 19e eeuw in de streek rond Lotharingen tot stand gekomen door het kruisen van Vlaamse reuzen, forse Franse hangoren en gevlekte slachtkonijnen, die destijds veel in Frankrijk gehouden werden.
Deze kruisingen hadden in eerste instantie niet als doel een mooi konijn te fokken, maar een nieuw vleesras met de lengte van een Vlaamse reus, de forsheid van een (Franse) Hangoor en het weerstandsvermogen van de slachtkonijnen. De opzet van de fokkers slaagde, aangezien de voorlopers van de Groot Lotharinger een gewicht tussen de 6 en 7 kilo bereikten. Van de typische tekening die zo kenmerkend is voor de Lotharinger was nog geen sprake aangezien het overgrote deel van de dieren bont of gewoon wildkleurig was. Er werden dieren naar Duitsland geĆ«xporteerd waar het ras verder ontwikkeld werd en de nam Deutsche Risenschecke kreeg. Vanaf de jaren 20 werd het ras in vrijwel alle landen in Europa gehouden. In de Verenigde Staten werden aan het begin van de vorige eeuw de eerste Lotharingers geĆÆmporteerd. Deze werden Amercan Checkered Giants genoemd en zijn alleen erkend in de zwarte en blauwe vachtkleur. Ook Engeland heeft zijn "eigen" Lotharinger: de Giant Papillon of French Butterfly. Het ras werd pas in 1994 in Engeland erkend en mag er in elke vachtkleur gefokt worden.

Rasbeschrijving
Oren: moeten minimaal 16 cm lang zijn en vooral ook stevig rechtop staan
Lichaam: het is een groot konijn met een lange en vooral ook stevig lichaam met een rechte rug.
Vacht: behoort kort te zijn, is dicht en heeft veel onderwol. De haren staan niet uit, maar liggen goed aan, wat een mooie glans geeft
Kleur: Kenmerkend voor dit ras is de bijzondere tekening op een verder stralend witte vacht. Er wordt een scheiding gemaakt tussen de kop- en lichaamstekening. De koptekening omvat de "vlinder", "oogringen", "doorn", "wangstippen" en de gekleurde oren. De vlinder is een donkere vlek in de vorm van een vlinder op de snuit. Deze behoort scherp afgetekend te zijn en loopt tot aan beide mondhoeken. De "oogringen" zijn eveneens verplicht: deze behoren rond het oog overal even breed te zijn. De "doorn" is een vlek die zich precies op het midden van de neusrug manifesteert. Verder zijn de "wangstippen"  en volledig gekleurde oren voorgeschreven. Op het lichaam heeft de Groot Lotharinger een aalstreep, die loopt van achter de oren tot aan de staart. Graag ziet men op tentoonstellingen dat deze streep gelijkmatig en scherp afgetekend is. Tenslotte hebben deze konijnen op elke zijde verschillende stippen die in het ideale geval rond zijn en niet in elkaar mogen overvloeien. Witte haartjes of vlekjes in de gekleurde delen worden op tentoonstellingen niet gewaardeerd.
Gewicht: minimaal 5 kg, er is geen maximum gewicht
Karakter: erg rustig

Bijzonderheden
Hij oogst met zijn kenmerkende tekening op elke tentoonstelling bewondering. Dit ras behoort tot de tekeningrassen, wat inhoudt dat er streng wordt gelet op de kwaliteit van de aftekeningen. Als huisdier voor kinderen is het kleinere - en dus handzamere - broertje van de Groot Lotharinger, de Klein Lotharinger, meer in trek.
Het is niet eenvoudig een goed getekende Groot Lotharinger te fokken, aangezien het paren van twee perfecte ouderdieren niet een perfect getekend nageslacht garandeert.

Klein Lotharinger

Herkomst

De Klein Lotharinger is een kleine 'uitvoering' van de Groot Lotharinger. Het ras is van Nederlandse origine en bestaat nog niet zo lang. De Klein Lotharinger werd werd in het land van herkomst in juni 1975 officieel als ras erkend, maar heeft binnen betrekkelijk korte tijd een grote groep liefhebbers voor zich gewonnen. Het ras werd gekoft door keurmeester J.M.K. Berman van Schelven uit Emmeloord,. Ze wilde graag een kleine versie van de Lotharinger en kruiste voor dit doel kleurdwergen met (Groot) Lotharingers. Later zijn ook grof getekende papillons ingekruist om de lichaamstekening te verbeteren.

Eigenschappen

De Klein Lotharinger heeft een vrij levendig en goedaardig temperament. Het ras wordt veel door konijnenfokkers en exposantengehouden, maar het zou zeker ook geschikt zijn als huisdier. In Nederland is de Klein Lotharinger een razend populair konijnenras, naar buiten het land van herkomst komt het niet zo veel voor. Dat komt omdat konijnenliefhebbers in diverse landen hun eigen 'Klein Lotharingers' hebben gefokt, al zijn deze wat groter en zwaarder dan de Nederlandse versie. Een bekend ras is bijvoorbeeld de Tsjechische Lotharingers, maar ook de Duitse variant (Kleinschecken) is ter plaatste in trek. Beide rassen zijn overigens bij tijd en wijle ingekruist in Nederlandse Klein-Lotharingerstammen om de tekening te verbeteren. Buiten Europa zijn konijnen met deze aftekeningen en van dit formaat vertegenwoordigd door de English (papilon).

Uiterlijke kenmerken

De Klein Lotharinger heeft een enigzins gestrekte lichaamsbouw. Een dergelelijke lichaamsbouw is op vrijwel alle tekeningrassen van toepassing, aangezien de gewenste tekening op een wat langer lichaam beter tot zijn recht komt. De poten zijn recht en stevig. Vooral bij rammen vallen de brede wangen op. De oren hebben een gemiddelde lengte van 10cm. Het gewicht bedraagt ten hoogste 3 kilo.

Vacht

Konijnen van dit ras hebben een beharing van normale lengte die zacht aanvoelt. De beharing is dicht ingeplant, ligt glad tegen het lichaam aan en heeft een rijke glans.

Tekening

Kenmerkend is de bijzondere tekening op een verder stralend witte pels. Er wordt een scheiding gemaakt tussen de kop- en lichaamstekening. De koptekeningn behelst de zogenaamde vlinder, oogringen, doorn, wangstippen en de gekleurde oren. De vlinder is een donkere vlek in de vorm van een vlinder op de snuit. Deze behoort scherp afgetekend te zijn en loopt tot aan beide mondhoeken. De oogringen zijn eveneens verplichte aftekeningen: deze behoren rond het oog overal even breed te zijn. De doorn is een vlek die zich precies op het midden van de neusrug bevindt. Verder zijn wangstippen en volledig gekleurde oren voorgeschreven. Op het lichaam heeft de Klein Lotharinger een aalstreep, die loopt van achter de oren tot aan de staart. Graag ziet men op tentoonstellingen dat deze streep mooi gelijkmatig is en scherp is afgetekend. Ten slotte hebben deze konijnen op elke zijde verschillende stippen die in het ideale geval rond zijn en niet in elkaar mogen overvloeien. Witte haartjes of vlekjes in de gekleurde delen worden op tentoonstellingen niet gewaardeerd

2. Type,bouw en stelling   dwerglotharinger

Het lichaam is gedrongen ( typegroep C) met relatief brede schouders en achterhand. De benen zijn recht, stevig en niet te lang met korte gesloten voorvoeten. Het ras is middelhoog gesteld. Een juiste stelling toont de aanwezige rasadel. De kop is krachtig ontwikkeld met breed voorhoofd, brede snuit en goed ontwikkelde kaken en wangen. De oorlengte is 5,5-7,5cm, ideaal is 6,5cm. De oren worden V-vormig tot nauwsluitend gedragen, zijn goed afgerond zonder vouwen of plooien en goed behaard, het geheel in harmonie met het lichaam. Het lichaam van de voedster onderscheidt zich nauwelijks van die van de ram.

3. Pels en pelsconditie:
De pels is iets korter als normaal, dicht ingeplant en heeft een normale hoeveelheid onderhaar. Pels conditie: zie het algemene gedeelte 

4. Koptekening Vlinder: De vlinder, waarvan de vleugels de onderkaak dun omzomen, bestaat uit twee gelijke en gelijkvormig afgeronde vleugels, welke op beide zijden van de snuit liggen in beide mondhoeken eindigen en strak begrensd zijn.
Doorn: De doorn, is aan de bovenzijde fraai afgerond en bevindt zich midden op het midden van de neusrug. De ideale lengte van de doorn is 0,5 cm.
Oogringen: De oogringen zijn goed gesloten en overal van dezelfde breedte
Wangstippen: De beide wangstippen bevinden zich op de plaats waar zich het alleenstaande wanghaar op elke wang bevindt. Ze zijn rond of ovaal van vorm en zijn los van de oogring
Orenkleur. De oren zijn gekleurd, passend bij de hoofdkleur. De begrenzing aan de oorbasis is zo strak mogelijk.
De koptekening is verder vrij van vlekjes of vlekken(vliegentekening), bij een ideaal getekend dier behoort een reine kop.  

5. Lichaamstekening Aalstreep: De aalstreep begint direct achter de oren in de nek en loopt, zonder enige onderbreking, als een strak begrensde streep over de rug tot aan de staartbasis. Hoe gelijkmatiger en strakker deze streep is, hoe beter. De ideale breedte van de aalstreep is 1,5 cm. De bovenzijde van de staart heeft zoveel mogelijk dezelfde kleur als de aalstreep en vormt zodoende de voortzetting daarvan tot aan het uiteinde van de staart
Zijdetekening: De vlekken van de zijdetekening zijn op beide zijden van het lichaam regelmatig verdeeld en gelijk in aantal. Ideaal is 4 tot 7 ronde en strak begrensde vlekken met een middellijn van ongeveer 1,5 cm op elke zijde.
De zijdetekening zit op de achterste helft van het lichaam. De tekening welke daarvoor zit, wordt als kettingtekening beschouwd. 

6 Kleur: De kleur is wit, waarop het hierboven omschreven tekeningbeeld duidelijk uitkomt.  De Lotharinger dwerg is erkend in de kleuren zwart, bruin, blauw en driekleur zwart/roodgeel. De oogkleur is in overeenstemming met de kleur van de tekeningbeelden. De nagels zijn kleurloos. De snorharen hebben de kleur van het tekeningbeeld waarin ze staan.

7 Lichaamsconditie en verzorging  

Lichte fouten
Geringe afwijking in type. Geringe afwijking in bouw.  Scheve, gespleten, iets korte, iets lange,  iets spitse of iets platte doorn. Iets diep ingesneden doorn aan de vlinder.  Ontbreken van de onderkaakomzoming. Onscherp belijnde vlindervleugels, zoals met uitlopers of haakjes. Ongelijke vlindervleugels. Gesloten vlinder op de onderkaak. Gekleurd vlek(je) op de onderkant kin binnen de lijn van de vlindervleugels.
Oogringen ongelijk van grootte, niet strak belijnd, iets breed of iets hoekig. Oogringen welke iets hoog naar de oren oplopen, of iets diep naar de vlinder af zakken. Wit vlekje in bovenzijde oogring.
Iets hoog liggende wangstip of wangstippen. Wangstippen van ongelijke grootte. Twee eenkleurige (zwart of roodgeel) wangstippen bij driekleur.
Oorbegrenzing, welke iets hoog begint, maar nog geen 1 cm van de oorbasis verwijderd is. Witte vlekjes op de oren bij de ooraanzet en die zich niet hoger dan 1 cm van de oorbasis op de oren bevinden.
Onderbroken aalstreep voor de schouderbladen in de nek. Onderbroken aalstreep onder de opgeslagen staart. Plotseling verbreding van de aalstreep. Uitloper, niet groter dan 1 cm, aan de aalstreep. Losstaand vlekje binnen 1 cm bij de aalstreep. Wit vlekje in de nek en voor de schouderbladen. Wit vlekje, streepje of iets lichte kleur bovenzijde staart.
Niet gelijkvormige zijdetekening. Zijdetekening die iets ver naar de aalstreep oploopt of iets laag geplaatst is. Iets ijle of iets samenhangende zijdetekening. Vlekken die minder dan 1 cm van de aalstreep zijn verwijdert, tellen niet als kettingvlek. Opgesloten witte pluis in zijdetekening. Vlekken op buik, achterbenen of onderkant van de staart.
Niet intense kleur van de tekening. Enkele witte haren in de tekeningbeelden. Iets lichte oogkleur. Gekleurde nagel(s) aan de achterbenen.
Zie verder lichte fouten in het algemene gedeelte. 

Zware fouten

Grote afwijking in type. Grote afwijking in bouw.
Witte vlek in de vlinder. Ontbreken van doorn. Vastzitten van een of beide oogringen aan de vlinder of aan de oorkleur. Ontbreken van een of beide wangstippen. Vastzitten van een of beide wangstippen aan de oogringen. Te veel overtollige vlekken op de kop(vliegentekening). Vlek of vlekjes in halsstreek of kin, die buiten de  vlindervleugels vallen. Oplopend wit of losstaande witte vlekjes op de oren, hoger dan 1 cm, van de oorbasis.
Onderbroken aalstreep, m.u.v. nek en onder opgeslagen staart. Te grote uitlopers, langer dan 1 cm, aan de aalstreep.
Kettingvlekken. Hieronder worden verstaan, vlekken die op een afstand van 1 cm of meer van de begrenzing van de aalstreep staan en zich bevinden op de voorste helft van de zijden. Minder dan 3 zijdevlekken op een of beide zijde, achterbeen vlekken tellen niet mee. Te grote samenhangende zijdetekening. Teveel witte haren in tekeningbeelden. Te lichte oogkleur. Gekleurde nagel(s) aan de voorbenen. Gekleurde vlekken aan voorbenen.
Bij driekleur:  Het ontbreken van zwart of roodgeel in een van de tekeningbeelden, met uitzondering van de wangstippen
Zie verder zware fouten in het algemene gedeelte.